Het is een frustratie die elke moderne gamer kent: je koopt een spel, investeert honderden uren (en wellicht euro’s), om vervolgens jaren later te ontdekken dat de stekker eruit is getrokken. Niet alleen de servers gaan plat; het complete product dat je dacht te bezitten, verandert in een onbruikbare hoop data. Ross Scott, de drijvende kracht achter het ‘Stop Killing Games’-initiatief, heeft na een periode van relatieve stilte een bom aan updates gedropt. De strijd tegen de wegwerpcultuur in de game-industrie verplaatst zich nu definitief van de online fora naar de marmeren gangen van de politieke macht in Brussel en Washington.
De kern van het probleem is simpel, maar de oplossing blijkt een juridisch mijnenveld. Uitgevers hanteren vaak licentieovereenkomsten die stellen dat zij een game op ieder gewenst moment onklaar mogen maken. Recentelijk zagen we dit nog bij Ubisoft’s The Crew en EA’s Anthem. Volgens Scott is deze praktijk niet alleen moreel verwerpelijk, maar simpelweg in strijd met bestaande Europese wetgeving. Hoewel de campagne onlangs triomfeerde door de benodigde handtekeningen voor het Europees Burgerinitiatief binnen te harken, waarschuwt Scott dat de weg naar een definitieve overwinning allerminst een rechte lijn is.
De spanning stijgt nu er een cruciaal overleg met de Europese Commissie op de agenda staat. De signalen zijn echter gemengd. Eerdere gesprekken achter gesloten deuren suggereerden dat de Commissie gevoelig is voor de lobby vanuit de industrie. Er werd gesproken over games als “levende organismen” die constante updates behoeven, een metafoor die volgens critici rechtstreeks uit het handboek van grote uitgevers komt. De vrees bestaat dat de Commissie streeft naar deregulering, waarbij de industrie gevraagd wordt zichzelf te controleren. Een bittere pil, aangezien zelfregulering de afgelopen dertien jaar juist heeft geleid tot de huidige situatie waarin slechts een fractie van de ‘killed games’ speelbaar wordt gehouden voor de consument.
Toch gloort er hoop aan de horizon. Waar de Europese Commissie wellicht aarzelt, lijkt het Europees Parlement juist warm te lopen voor de zaak. Bronnen binnen de politiek wijzen op een groeiende meerderheid die bereid is om de vernietiging van betaalde software aan banden te leggen. De strategie is nu om via meerdere kanalen tegelijk aan te vallen: als het burgerinitiatief vastloopt, zijn er nog zijpaden via de Digital Fairness Act of de herziening van de Digital Content Directive.
Een cruciale nieuwe fase in deze campagne is de professionalisering. De beweging transformeert van een amateuristisch collectief naar een serieuze politieke factor door de oprichting van twee officiële NGO’s. In Europa zal een team onder leiding van experts als Moritz Katzner fungeren als een permanente tegenlobby in Brussel. Dit betekent dat uitgevers niet langer ongestoord hun narratief kunnen pushen zonder weerwoord van een organisatie die de rechten van de gamer bewaakt.
Verrassend genoeg waait de wind ook uit het westen. Er wordt momenteel een Amerikaanse tak van de NGO opgezet die al actief lobbyt in Washington en op staatsniveau. Hoewel de juridische basis in de VS minder consumentvriendelijk is dan in de EU, hoopt de beweging dat de dreiging van nieuwe wetgeving in meerdere regio’s uitgevers dwingt hun gedrag preventief aan te passen. Het doel is simpel: maak van ‘end-of-life’ planning een standaard onderdeel van de ontwikkeling. Het kost een fractie van het budget en voorkomt juridische nachtmerries.
Mocht de politieke weg doodlopen, dan rest de weg van de lange adem: handhaving van bestaande wetten. Juridisch zwaargewicht Alberto Hidalgo Serezo, die promoveerde op dit specifieke onderwerp, is kraakhelder: het eenzijdig onklaar maken van een verkocht product is onrechtmatig. Een contract mag niet volledig afhankelijk zijn van de grillen van één partij. De huidige chaos bij Europese consumentenbonden, die momenteel per land en zelfs per telefoontje verschillend reageren op klachten over The Crew, onderstreept de noodzaak voor een centrale uitspraak.
Hoewel trajecten via de rechter jaren in beslag kunnen nemen, zijn ze voor de industrie potentieel veel gevaarlijker. Waar nieuwe wetgeving vaak niet met terugwerkende kracht geldt, kan een rechterlijke uitspraak over bestaande wetten leiden tot massale schadeclaims voor games die jaren geleden al zijn afgesloten.
De komende maanden zullen uitwijzen of de Europese Commissie de kant van de innovatieve, maar soms roekeloze industrie kiest, of dat zij de rug recht houdt voor de miljoenen consumenten die simpelweg willen behouden waar ze voor hebben betaald. Eén ding is zeker: de tijd dat uitgevers geruisloos de geschiedenis konden wissen, is definitief voorbij.